Menu

Grondige woonstcontrole door politiemensen essentieel bij bestrijding domiciliefraude

Interview met Tom Vandromme van Agentschap Wonen-Vlaanderen De meeste Belgen weten dat ze een adreswijziging binnen de acht werkdagen moeten aangeven bij de dienst Burgerzaken van hun gemeente. Maar is er automatisch sprake van domiciliefraude wanneer dat pas later gebeurt?

25-01-2019 - door Tom Vandromme

“Neen, bij domiciliefraude willen mensen ook bewust voordeel halen uit hun officiële domiciliëring”, aldus Tom Vandromme. Hij werkt bij het Agentschap Wonen- Vlaanderen en geeft in opdracht van Politeia seminaries over domiciliefraude. Zowel gemeenteambtenaren als OCMW-medewerkers en politiemensen zijn steevast vragende partij. “Wijkagenten leveren een enorme bijdrage aan het onderzoek. Toch weten ze niet altijd precies tot waar hun bevoegdheid reikt.” Tom Vandromme heeft alle belangrijke thema’s rond domiciliefraude en de strijd daartegen samengevat in een nieuwe editie van het praktische handboek Domiciliefraude.

Er is sprake van domiciliefraude wanneer aan twee voorwaarden wordt voldaan. Ten eerste, wanneer de feitelijke verblijfplaats van mensen niet overeenstemt met het adres waarop ze officieel  ingeschreven staan in de bevolkingsregisters. Ten tweede, wanneer deze mensen frauderen en dus bewust voordeel willen halen uit gesjoemel met hun domicilieadres. “De strijd tegen domiciliefraude kan dus maar beginnen door vast te stellen en op te sporen op welk adres iemand officieel zou moeten ingeschreven zijn”, verklaart Tom Vandromme.

“De meest preventieve aanpak in de strijd tegen domiciliefraude is ervoor zorgen dat de inschrijvingen in de bevolkingsregisters van in het begin correct zijn.” Daarom is het essentieel dat elke woonstcontrole meteen grondig gebeurt.

Strijd tegen domiciliefraude opgevoerd

In 2013 werd er een belangrijke omzendbrief over domiciliefraude uitgevaardigd. “Toen ontstond er heel wat animo over het thema. En dat was de reden om samen met Politeia een eerste seminarie te organiseren”, weet Vandromme nog. Er kwam veel interesse van gemeentelijke ambtenaren – onder meer van de dienst Burgerlijke Stand – en ook politieagenten waren bijzonder geïnteresseerd.

De federale wet over  de  inschrijving in de bevolkingsregisters werd nog grondig gewijzigd in 2015. Ook het koninklijk besluit betreffende de bevolkingsregisters kreeg een update in 2017. “Dit kwam doordat de vorige legislatuur de strijd tegen fraude opvoerde. Er werd toen ook voor het eerst een staatssecretaris bevoegd voor die fraudebestrijding”, weet Vandromme. “Referentieadressen en tijdelijke afwezigheid zijn twee thema’s die door de wijzigingen meer aandacht krijgen.” Om het handboek Domiciliefraude up-to-date te houden, bracht Tom Vandromme afgelopen november een nieuwe editie uit van het boek.

Twee hoofdmotieven: fiscale en sociale fraude

Er wordt domiciliefraude gepleegd vanuit twee grote motieven. Ten eerste is er de fiscale fraude. Bij dit type fraude zorgen mensen ervoor dat ze ingeschreven worden in het bevolkingsregister van een gemeente met een lagere belastingdruk. “Door je hoofdverblijfplaats te laten registreren in een gemeente met weinig opcentiemen op de personenbelasting of op de onroerende voorheffing ontstaat er dan een fiscaal voordeel. Deze fraudevorm komt bijvoorbeeld opmerkelijk vaak voor in een kustgemeente als Knokke-Heist”, weet Vandromme. “Dat terwijl mensen in werkelijkheid bijvoorbeeld zes dagen per week in Antwerpen wonen. Hoe hoger je inkomen is, hoe meer je kan winnen via deze vorm van domiciliefraude.”

Het tweede motief is sociale fraude. “Uitkeringen hangen af van iemands gezinssituatie. Wie geregistreerd is als alleenstaande houdt meer geld over. Hier wordt gefraudeerd door te zorgen voor twee aparte adressen, terwijl mensen in de praktijk wel samen wonen”, licht Tom Vandromme toe. “Wanneer iemand zijn inschrijving vraagt op een adres met enkel een klein kamertje en een bed en een stoel, is dat verdacht. Als uit de woonstcontrole blijkt dat de betrokkene niet op het opgegeven adres woont, moet verhinderd worden dat die persoon officieel ingeschreven raakt op dat adres.”

Onderzoek door een of twee politiezones

Beide soorten domiciliefraude vereisen ook een verschillende opsporingstechniek. Een onderzoek naar fiscale fraude kan uitgevoerd worden door de lokale politie of door een ambtenaar van de burgerlijke stand van een gemeente. “Bij fiscale fraude moeten we de reële hoofdverblijfplaats kunnen vaststellen. Dan ligt er vaak een grotere afstand tussen twee adressen, waarvan er slechts één de werkelijke hoofdverblijfplaats kan zijn. Wanneer de stad Antwerpen bijvoorbeeld vaststelt: die mensen wonen  hier en staan hier niet ingeschreven, dan zoeken ze uit waar dat gezin wel ingeschreven staat.” Bij fiscale fraude zal voornamelijk de gemeente die belastingen misloopt het onderzoek leiden. De politiezones van Antwerpen en Knokke-Heist moeten in dit voorbeeld alleszins samenwerken. “Het onderzoek wordt dan een gezamenlijke puzzel met vaststellingen die gedaan zijn door agenten uit beide politiezones. Een goede samenwerking is in dat geval een must.”

Voor de opsporing en de vervolging van sociale fraude via fictieve adressen ligt het initiatief vooral bij instellingen van de sociale zekerheid (RVA, RSVZ etc.). “Als de RVA bijvoorbeeld een aanwijzing heeft dat een van hun steuntrekkers fraudeert, dan zullen zij dat laten onderzoeken”, weet Vandromme. Na  de belangrijke omzendbrief COL 17/2013 werd ook een centrale rol toegekend aan de arbeidsauditoraten.

Ongeacht wie de initiatiefnemer is, het onderzoek naar een adreswijziging zal in de meeste gevallen door de lokale politie of door de wijkagent uitgevoerd worden. “Bij sociale fraude moet dan de ware gezinssamenstelling achterhaald worden. De vraag is niet alleen of twee of meer mensen samenwonen maar ook of zij samen een huishouden vormen.” Bij zo’n onderzoek gebeurt het vaker dat de twee adressen in dezelfde wijk liggen. “Dan kan een wijkagent het onderzoek in zijn eentje verrichten en in zijn proces-verbaal schrijven dat het adres fictief lijkt te zijn.”

Domiciliefraude is een misdrijf. Toch bestaat er een verschil tussen een administratieve of een strafrechtelijke aanpak. De eerste streeft ernaar dat de bevolkingsregisters in orde zijn, en kan daarvoor gebruik maken van de ambtshalve inschrijving of ambtshalve afvoering. “Er wordt enkel strafrechtelijk vervolgd wanneer er door een fraudeur ook een fiscaal of sociaal voordeel gehaald wordt uit domiciliefraude. Pas wanneer er kwaadwillig fraude gepleegd wordt, krijgt een zaak de prioriteit van het parket.” De straffen die het Sociaal Strafwetboek voorschrijft, kunnen aanzienlijk zijn. Ook secundaire fraudeurs, zoals mensen die fictieve adressen of postbusadressen aanbieden, begaan inbreuken op het Sociaal Strafwetboek.

Secure woonstcontrole door politie is essentieel

Zowel agenten van de lokale en federale politie, als sociaal inspecteurs, zijn bevoegd om domiciliefraude grondig te onderzoeken en inbreuken vast te stellen. “Zo kreeg ik ook zelf ooit een opleiding over hoe je een proces- verbaal correct moet opstellen”, vertelt Tom Vandromme. De bevolkingsinspecteurs van de FOD Binnenlandse Zaken hebben niet de bevoegdheden van politieagenten, maar kunnen wel ingezet worden om vaststellingen te doen. Een officiële inschrijving in de bevolkingsregisters kan er namelijk pas komen nadat aan twee factoren is voldaan: een aangifte van een adreswijziging door een burger en een controle van de feiten.

In de meerderheid van de gevallen wordt het controleonderzoek in een woning wel door iemand van de lokale politie uitgevoerd. “Wanneer iemand zijn adres officieel wil wijzigen moet er meteen goed gecontroleerd worden of deze persoon effectief op zijn of haar nieuwe adres woont. Veel  mensen zijn vertrouwd met dit bezoekje van de wijkagent, maar het is voor beide vormen van domiciliefraude erg belangrijk”, beklemtoont Vandromme.

Wanneer moet de rode lamp gaan branden?

Waarop moet een wijkagent dan expliciet letten tijdens een huisbezoek? Wat zijn goede indicaties voor domiciliefraude? “De verblijfplaats moet zeker voldoende gemeubileerd zijn. Ook de aanwezigheid van persoonlijke spullen is een duidelijke indicator. Het is vooral bijzonder belangrijk dat de wijkagent de woning ook effectief betreedt en een gesprek aangaat met iedereen die daar aanwezig is. Hij heeft de bevoegdheid om naar binnen te gaan en vaststellingen te doen”, aldus Vandromme.

De woonstcontroles worden uiteraard nooit op voorhand aangekondigd. “We moeten vermijden dat er dingen in scène gezet kunnen worden. Anders gaan fraudeurs hun tandenborstel en kleren klaarleggen op hun fictieve adres. Domiciliefraude op een goede manier bestrijden is een zeer tijdrovende praktijk. Je kan nooit op voorhand weten of de mensen die je moet controleren ter  plaatse zullen zijn.” Het gebeurt regelmatig dat meerdere bezoeken nodig zijn voordat de woonstcontrole effectief plaatsvindt.

Om domiciliefraude vast te stellen moet correct geregistreerd worden waar iemand het grootste deel van zijn tijd verblijft. “Om vast te stellen dat iemand liegt over zijn werkelijke hoofdverblijfplaats moet de wijkagent zoeken naar bewijs. Je kan een vermoeden van gesjoemel dan niet hardmaken door slechts eenmaal vast te stellen dat hij op plaats X aanwezig was, in plaats van op plaats Y.” Het komt er dus op aan om een paar keer vaststellingen ter plaatse te doen.

Elektriciteits- en waterfacturen leveren sterke indicaties

Zowel elektriciteits- als waterfacturen geven een betrouwbare indicatie over de aan- of afwezigheid van bewoners en over het aantal bewoners. “Het is dus een instrument dat we zowel bij fiscale als sociale fraude kunnen gebruiken. Uit de facturen kunnen we veel afleiden, ook wanneer mensen een heel zuinig verbruik hebben.” Wanneer op een adres amper water of elektriciteit verbruikt wordt, concludeert de rechtspraak dat daar geen hoofdverblijfplaats gevestigd kan zijn.

Een andere belangrijke indicator is de geografische ligging van iemand zijn sociale leven. “Zo kan je bijvoorbeeld vaststellen dat een persoon ingeschreven is in een Antwerpse tennisclub. Dat gegeven is op zichzelf niet doorslaggevend, maar het is wel een belangrijk element voor de bewijsvoering dat iemand vermoedelijk niet fulltime in Knokke leeft.” Ook de locatie van een vast bankkantoor of specifieke vragen over de wijk kunnen een spoor in het domiciliefraudeonderzoek ondersteunen of onderuithalen. “De vaststellingen over iemand zijn sociale leven spelen vooral een rol bij een dossier rond fiscale fraude. Bij sociale fraude komt het namelijk veel vaker voor dat de twee gebruikte adressen in dezelfde wijk liggen.”

Puzzelstukken wijzen in richting van hoofdverblijfplaats

“Door de feitelijke vaststellingen te combineren met energiegegevens kan je een sterk dossier  opbouwen. Ik vergelijk het in mijn boek met een puzzel waarvoor je eerst verschillende stukken moet verzamelen. Als je die samenlegt kan je pas concluderen of iemands hoofdverblijfplaats in de praktijk locatie A of B is.”

Wanneer in een lopend onderzoek het vermoeden van fraude bevestigd lijkt te worden, kan er op een onaangekondigd moment een tweede huisbezoek gebeuren. “Je kan dan vragen of je opnieuw toegang krijgt tot de woning. Als hij of zij ja antwoordt, kan je extra vaststellingen doen. Luidt het antwoord neen, dan wordt dat ook opgetekend in het proces-verbaal. Een wijkagent moet dan niet proberen om de mensen toch te overtuigen.”

Slecht voorbeeld van de wijkagent

Tom Vandromme kreeg recent zelf een wijkagent over de vloer om de domiciliewijziging van zijn  partner te controleren. “Mijn vriendin is niet lang  geleden bij mij ingetrokken. Ze was die avond niet thuis. De wijkagent vroeg me wie ik was en vroeg aan mij om te verklaren dat mijn vriendin in de praktijk bij mij woont. Dat is eigenlijk het perfecte voorbeeld van hoe het niet moet.” Zonder een persoonlijke ontmoeting is er geen bewijs en geen enkele garantie. In dergelijke situaties is een tweede huisbezoek noodzakelijk om correcte vaststellingen te kunnen doen.

Observatie is een methode die de onderzoekers niet mogen aanwenden  in de strijd tegen sociale en fiscale domiciliefraude. “Dat is een bijzondere onderzoeksmethode. Wanneer je niet voortdurend ergens geparkeerd staat, maar wel af en toe ergens passeert, kan je daaruit wel rechtmatig zaken afleiden. Ik denk aan een casus waarbij iemands bedrijfswagen vier op de vijf keer niet geparkeerd stond aan zijn sociale huurwoning. Ook dat is een belangrijk puzzelstuk om aan te tonen waar iemand werkelijk verblijft.”

Proces-verbaal met feitelijke vaststellingen

De politie moet zijn taak binnen het fraudeonderzoek steeds beperken tot het vaststellen van feiten. “Ze moeten nooit rapporteren: ik denk dat hij daar wel of niet woont. Hun proces-verbaal mag alleen bestaan uit de vastgestelde feiten en aangeleverde  bewijsstukken. Ik bel aan, die persoon deed wel of niet open. Er was zowel mannen- als vrouwenkleding aanwezig.” De latere gevolgtrekking is voorbehouden aan andere partijen. In het geval van een adreswijziging gebeurt dat door de ambtenaar van de burgerlijke stand. Wanneer het arbeidsauditoraat de leiding neemt in een onderzoek over sociale fraude wordt ook daar de conclusie getrokken op basis van het pv. “Bij sociale fraude beslist het arbeidsauditoraat dan of er een administratieve geldboete of een proces volgt. Ook de rechter zal dan gebruik maken van het politierapport.”

Deze zeer  strikte  scheiding  tussen  het maken van vaststellingen en het trekken van conclusies komt vaak ter sprake in het seminarie dat Vandromme geeft. “Veel agenten denken dat ze moeten beoordelen of een betrokkene wel of niet op zijn zogenaamde hoofdverblijfplaats woont. Maar zij zijn daar niet voor bevoegd.”

Domiciliefraude: specifiek seminarie en praktisch handboek

In het opleidingsprogramma van de politie-aspiranten zit sowieso wel een gastcollege door een bevolkingsinspecteur van de FOD Binnenlandse Zaken. Hij geeft dan uitleg over de hele regelgeving rond de bevolkingsregisters. Toch is een opfrissingscursus soms op zijn plaats. “In het seminarie vertrek ik van de basis: waar heeft iemand zijn hoofdverblijfplaats en waar moet iemand ingeschreven staan in de bevolkingsregisters.” Het tweede deel van het seminarie gaat meer specifiek over fraude, de bijhorende politiedossiers en de daaropvolgende procedures. “We zoomen dan bijvoorbeeld ook in op concrete tips over wat je kan afleiden uit energiegegevens.”

In het geactualiseerde boek Domiciliefraude overloopt Vandromme alle belangrijke aspecten over het thema van A tot Z. “Ik heb al gehoord dat agenten er veel aan hebben, en in het bijzonder met   betrekking tot hun beperkte bevoegdheid en de limieten daarvan.” Er bestaat ook zeer regelmatig onduidelijkheid door de onschendbaarheid van de woning in de grondwet. “Die moet iedereen respecteren. Tegelijk moeten inspecteurs voor een grondige woonstcontrole wel naar binnen gaan. Veel wijkagenten denken dat dat niet mag zonder huiszoekingsbevel. Maar dat mag wel nadat de bewoner een mondelinge toestemming heeft gegeven. Er is dan geen huiszoekingsbevel nodig, want zo’n onderzoek is een opdracht van de bestuurlijke politie en geen taak van de gerechtelijke politie.” Ook gemeentelijke ambtenaren en mensen van de instellingen van de sociale zekerheid reageren zeer positief.

Lees meer in de nieuwe editie van het handboek Domiciliefraude: https://www.politeia.be/nl/publicaties/8143-domiciliefraude+ed2

Auteur: Annelies Boddez

Bron: Het Politiejournaal

web.article.offered

Politiejournaal

Ook interessant

Politie & veiligheid

De schoolagent

Sophie Lever

Bestel

Politie & veiligheid

Het statuut van de privé-detective

Jan Cappelle
Wauter Van Laethem

Bestel

Politie & veiligheid

Handboek organisatie & werking van de politie

Christian De Valkeneer

Bestel

Politie & veiligheid

Ariadne nr. 2 - Officier van bestuurlijke politie

Franky Goossens
Jean-Claude Gunst

Bestel

Milieu & klimaat, Politie

26 Feb

Seminarie: Update over geluidsoverlast

Locatie: De Pitte (Provinciaal Recreatiedomein De Schorre), Schommelei 1, 2850 Boom

Prijs: € 159

Schrijf u in