Menu

De schoolinspecteur: een investering in jongeren

De omzendbrief PLP 41 geeft aan dat scholen best een vast aanspreekpunt hebben bij de lokale politie. Maar hoe vertaalt dat zich naar de praktijk? En hoe pakken ze dit aan in de politiezone CARMA? Het Politiejournaal schoof in het Consciencegebouw aan tafel met Emilie Le Roi van de administratie Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap en Sophie Lever van de politiezone CARMA.

02-03-2019 -

De omzendbrief kwam er na de moord op Joe Van Holsbeeck. Het doel van deze omzendbrief was het verbeteren van de samenwerking tussen scholen en politie in de aanpak van jeugd- criminaliteit en aanverwante fenomenen zoals spijbelen. Het bleek toen niet altijd evident voor scholen om met de lokale politie contact op te nemen. De eerste evaluaties van de omzendbrief waren vrij positief. Maar toen kwam de aanslag op Charlie Hebdo in Parijs. Waarna de administratie Onderwijs peilde naar de manier waarop scholen ingang krijgen bij de politiezones en er bleek toch een en ander te schorren. Ook vandaag is deze connectie tussen het onderwijs en de politie van belang in het kader van de mogelijke radicalisering van leerlingen.

“Na de aanslagen in Parijs kregen we van sommige scholen het signaal dat ze van het kastje naar de muur werden gestuurd. Ze zaten echt met de handen in het haar en wisten niet hoe ze de radicalisering van bepaalde jongeren moesten aanpakken. De omzendbrief bestond dan wel, maar in de praktijk wisten scholen niet bij wie ze terechtkonden of wat ze van de politie konden verwachten”, stelt Emilie Le Roi. Zij werd na de aanslagen op Charlie Hebdo aangesteld als aanspreekpunt radicalisering/polarisering voor het beleidsdomein onderwijs. Ze staat concreet in voor de uitrol van het actieplan preventie van radicalisering en polarisering.


“Na Charlie Hebdo hebben we op vraag van Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits dit initiatief genomen, samen met de vaste commissie van de lokale politie. Onderwijs heeft continu kort op de bal gespeeld. We hebben onder meer alle politiezones opgebeld om na te gaan wie hun vast aanspreekpunt was zoals beschreven in de omzendbrief. De lijst die hieruit voortvloeide, mochten we omwille van privacyredenen evenwel niet zomaar online plaatsen. Om de gegevens actueel te houden werd er een online databank geïnstalleerd waar zowel scholen als politie gegevens kunnen opvragen of wijzigen bij bijvoorbeeld personeelsveranderingen. Scholen kunnen daarop inloggen om na te gaan wie hun vast aanspreekpunt is”, weet Le Roi. Dit project werd in januari gelanceerd.

Parallel met het lanceren van de databank heeft het departement Onderwijs een paar good practices onder de aandacht gebracht. Ook een journalist van Klasse (het multimediaal communicatieplatform voor het onderwijs in Vlaanderen) maakte daarover een mooie reportage met Fabio Carzedda, schoolinspecteur in de politiezone CARMA. Wat opvalt in die reportage is dat de scholieren schoolinspecteur Fabio als ‘ne goeien’ beschouwen. Le Roi bevestigt dit ook: “Dit project is ook erg waardevol voor de beeldvorming van jongeren over politie. Ze beschouwen de politie niet langer als een puur repressief orgaan of de actor waarmee je in aanraking komt als het fout loopt.”


SCHOOLINSPECTEUR ALS WIJKAGENT?

“Een deel van de motivatie van de omzendbrief was inderdaad ook om de beeldvorming van de politie bij de jongeren bij te stellen. We moeten vermijden dat we de vijand worden, want op de eerste plaats zijn we er voor de mensen. Het repressieve is maar een deel van onze job”, steekt Sophie Lever van wal. Lever is diensthoofd wijkwerking in de politiezone CARMA en getuigt over hoe haar politiezone werd uitgeroepen tot best practice. “In mijn vorige functie was ik zelf schoolinspecteur. Ik merkte dat scholen en jongeren vaak met zeer concrete, operationele vragen zaten. Scholen vragen zeker niet altijd om repressief op te treden. Ze zien de politie als een schakel in de keten.” De politiezone CARMA wilde het aanspreekpunt voor scholen vooral combineren met de wijkagentwerking.


“We hebben een aantal functies gecombineerd zodat we de schoolinspecteur invullen als een soort wijkagent. We kunnen hem misschien zelfs beter een fenomeeninspecteur noemen: hij richt zich specifiek op jongeren.” In plaats van een wijk, heeft deze inspecteur een domein: een aantal middelbare scholen in de politiezone. De agent richt zich specifiek tot de middelbare scholen. Dat is de leeftijd waarop de jongeren op zoek gaan naar hun identiteit: het is in deze fase dat de politie een positief signaal wil geven.


De functie van schoolinspecteur bestaat sinds mei 2017. In de wijkwerking loopt ook een project ‘Radicalisering en extremisme’: dit project loopt zij-aan-zij met de schoolinspecteur. “Als de inspecteur vragen krijgt rond radicalisering en extremisme, dan heeft hij ook vlotte toegang tot de echte experts voor deze thematiek. Natuurlijk zijn radicalisering en extremisme maar een deel van de job: de problematiek gaat veel verder dan dat”, weet Lever. Ze ziet de wijkagent en de schoolinspecteur als een bemiddelaar en een spelverdeler. Ze gaan op zoek naar de juiste contacten om situaties op te lossen.

De schoolinspecteur in CARMA is een proefproject. “We hadden een aanspreekpunt omdat dit sinds 2006 verplicht was, maar we wilden dit positief gaan invullen. We wilden graag deze investering maken, omdat we geloven dat we op deze manier beter onze klanten bedienen”, vult Lever nog aan. “We hebben nu iemand speciaal voor deze functie geselecteerd. Hij krijgt de mogelijkheid om zich via specifieke opleidingen te ontplooien en zo beter geïnformeerd naar de scholen en naar jongeren toe te stappen.”


Want wat voor eigenschappen moet zo’n schoolinspecteur eigenlijk hebben? “Wij hebben bewust iemand geselecteerd die jong van geest is. Dat is voor ons een belangrijke voorwaarde, eerder nog dan jong van leeftijd. Hij moest ook open staan voor de nieuwe communicatievormen en is iemand die de jongeren vooral wil en kan begrijpen. De schoolinspecteur moet ook bijzonder leergierig zijn.” 


EEN OPTIE VOOR ELKE POLITIEZONE?

“Het is natuurlijk niet omdat de test met de schoolinspecteur goed werkt in CARMA, dat het project vlot vertaalbaar is naar andere wijken of zones”, stelt Le Roi. Maar de ambitie is er alvast om het als een good practice mee te geven. Het departement Onderwijs verspreidt de case ook via diverse nieuwsbrieven. “Ik geef ook lezingen aan de politiescholen en in scholen. Dit zijn ideale momenten om deze case naar voor te schuiven.”


“Het blijft natuurlijk de beslissing van elk korps om na te gaan hoe ze zich als aanspreekpunt voor scholen organiseren”, vult Lever aan. “Maar investeren in jongeren is wel iets wat elke zone volgens mij zou moeten doen. Het viel trouwens op dat er veel kandidaten waren om deze functie in te vullen in onze politiezone. Veel agenten willen op een preventieve manier met jongeren samenwerken.” Lever stelt dus dat het zeker opportuun is voor wijkwerkingen om ruimte te maken voor deze functie.


Zou zo’n schoolinspecteur nuttig zijn voor elke politiezone? “In de politiezone CARMA valt de schoolinspecteur dus onder de wijkwerking, waar ieder zijn specialiteit heeft: motorbendes, druggerelateerde feiten ... Voor de fusie waren we met achttien wijkagenten, waardoor sommige mensen verschillende fenomenen moesten combineren. Sinds de fusie zijn we met 75, waardoor het makkelijker is om agenten op een fenomeen te laten focussen. Dat is zeker een voordeel van een grotere zone. Echter, zelfs als kleinere zone kan je focussen op bepaalde fenomenen en dus ook op een werking naar de scholen toe”, weet Lever. Vandaag zet de schoolinspecteur van de politiezone CARMA zich in voor elf Genkse scholen.

“Da’s al een voltijdse job. Weet dat hij ook tijd moet vrijmaken voor overlegmomenten met onder andere het parket en de zorginstellingen. Dat is net heel het idee van de geïntegreerde werking”, nog volgens Lever. Want komen er dan meer schoolinspecteurs in heel de zone CARMA, kwestie van al de scholen te bedienen? “Als het project positief wordt geëvalueerd, zal bekeken worden hoe we dit voor de andere scholen kunnen organiseren. De eerste resultaten zijn zeker positief. Ook de schoolinspecteur zelf is enthousiast. Hij krijgt vaak mailtjes van jongeren die goed geholpen zijn. Hier put hij veel kracht uit”, stelt Lever.

EEN GEZICHT VOOR DE POLITIE

“Het belangrijkste is en blijft dat de scholen een gezicht hebben bij de politie, dat ze weten bij wie ze terecht kunnen. Op die manier kunnen scholen ook op voorhand afspraken maken met hun aanspreekpunt. Dat gaat zeer breed: elke school moet bijvoorbeeld beschikken over een actueel noodplan. Het is belangrijk dat ze dit plan niet alleen opstellen maar de politie hier ook bij betrekken”, zegt Le Roi. Want elke school wordt weleens geconfronteerd met crimineel gedrag of met bijvoorbeeld spijbelproblematiek. Dan is het goed dat ze weten wat ze kunnen verwachten van hun samenwerking met de politie. 

“Scholen moeten goed kunnen inschatten in welke gevallen het opportuun is om contact op te nemen met de politie en wat dit dan precies voor implicatie heeft. Zo kunnen ze beslissen welke ‘gevallen’ ze intern oplossen en wanneer het nuttig is om er de politie bij te halen”, stelt Le Roi. Want wat zijn eigenlijk de grote fenomenen waar de schoolinspecteur actie in onderneemt? “De fenomenen zijn vergelijkbaar met die waar een wijkagent mee wordt geconfronteerd”, stelt Lever. “Op nummer een staat ‘de jongerenruzie’, conform de burenruzie in de volwassenenwereld. Het gaat om conflicten tussen jongeren – ook online – soms ook met bullying.” Verder krijgt de schoolinspecteur meldingen gaande van cybercriminaliteit tot drugsfeiten. Het gamma is zeer breed. De meldingen worden geregistreerd, maar er wordt nog geen diepere analyse van gemaakt.


WAT KAN BETER?

Is het dan allemaal rozengeur en maneschijn? “Het overleg met de hulpverlenende sector kan nog beter op punt gesteld worden. Zij zitten met veel vragen: hoe zit het met beroepsgeheim en de discretieplicht? Wat gebeurt er met de vragen die aan de politie worden gesteld? Bij burgers en ook bij dienstverleners leeft vaak nog het idee dat politiemensen altijd pen en papier bovenhalen om een proces-verbaal neer te pennen”, stelt Lever. Zal de schoolinspecteur informatie over leerlingen, verdacht van bepaalde feiten, doorspelen naar zijn collega’s die met bepaalde onderzoeken bezig zijn? “De schoolinspecteur kan een brugfunctiehebben, maar de insteek blijft wel steeds de zorg naar de jongeren toe. Hij weet vaak het beste hoe de jongeren moeten benaderd worden: op een niet-agressieve/-repressieve manier.”

De schoolinspecteur van CARMA zal bijvoorbeeld niet snel zelf een proces-verbaal uitschrijven. Wel heeft hij al minderjarigen verhoord die verdacht werden van bepaalde feiten. “Hij kan ook onmiddellijk instaan voor de nazorg en de opvolging. Hij weet gewoon het beste hoe hij zo’n gesprekken met jongeren moet aanknopen.” De afspraak werd overigens met de jeugdmagistraat gemaakt dat de schoolinspecteur bij voorkeur wordt ingezet voor verhoren met jongeren uit de scholen waaraan hij gekoppeld is. Emilie Le Roi verduidelijkt nog graag dat scholen zelf geen beroepsgeheim kennen, maar wel discretieplicht en ambtsgeheim. De boodschap die wij aan scholen meegeven is dat ze personen in nood moeten helpen, maar hulp geven betekent niet automatisch hetzelfde als de politie inschakelen. Scholen kunnen daar discretionair bijvoorbeeld het CLB inschakelen of de dienst integrale jeugdhulp.”

Is de samenwerking tussen scholen en politie dan nog nooit fout gelopen? Le Roi blijft op de vlakte: “Ik heb wel weet van scholen die niet zo goed hadden ingeschat wat de gevolgen waren van een melding aan de politie. Het is wel al gebeurd dat de politie grote interventies deed nadat een school bij de politie had gepolst hoe ze een radicalisering moesten aanpakken. Als zo’n interventie te snel komt, dan werkt dat radicalisering natuurlijk in de hand.” Net om dit soort escalaties te vermijden is het belangrijk dat er op voorhand juiste verwachtingen worden geschapen tussen de scholen en de schoolinspecteur. “Spreek regelmatig af, maak duidelijke afspraken en bespreek concrete casussen eventueel eerst anoniem”, raadt Le Roi aan.

“De schoolinspecteur van CARMA heeft scholen overigens al aangeraden om met een bepaalde problematiek eerder naar het CLB te stappen, dan verdere interventie van de politie te vragen”, vult Lever aan. “Dat kan misschien verbazen, maar het illustreert dat de zorg voor de leerling ook voor ons het belangrijkste is.”


EXTRA MIDDELEN? 

Er worden specifiek voor dit project geen extra middelen vrijgemaakt. Het is aan de politiezone zelf om te schuiven met personeel en middelen. “Investeren in een schoolinspecteur is echter een zeer rendabele investering. Ik moet er geen tekeningetje bij maken: de jongeren die spijbelen, zijn ook diegenen die op straat rondhangen en zich laten verleiden tot criminele activiteiten.  Dit preventief aanpakken loont dus ook op de langere termijn”, zegt Le Roi.

NIET ALLEEN EEN GROOTSTEDELIJK FENOMEEN

De online databank met de contactgegevens van de aanspreekpunten is een Vlaams initiatief, maar de omzendbrief is natuurlijk federaal. Hoe pakken de andere gemeenschappen en gewesten het aan? “Wij kregen van de Brusselse Nederlandstalige scholen het signaal dat ze bij de politie van het kastje naar de muur werden gestuurd. We hebben daarom in december met de zes Brusselse politiezones rond de tafel gezeten, onder andere om hen te wijzen op de Vlaamse initiatieven op vlak van deradicalisering in het onderwijs. Zo hebben de politiezones op zijn minst een overzicht van de diensten waar zij de scholen naar kunnen doorverwijzen. We hebben intussen een paar goede praktijkvoorbeelden binnen Brusselse scholen”, weet Le Roi. 


De problematiek binnen de scholen is overigens niet enkel een kwestie van de grote steden. “In mindere mate merken we dat ook kleinere gemeenten met fenomenen als radicalisering te maken krijgen”, zegt Lever. “In grotere fusiezones is het mogelijk om ook in kleinere gemeentes een dergelijke schoolinspecteur aan te bieden. Dat is een van de vele schaalvoordelen.”

Bestel hier het boek De schoolagent

Schrijf hier in voor het seminarie

Bron: Politiejournaal

Auteur: Bram Boriau

 

 

 

 

Politiejournaal

Ook interessant

Politie & veiligheid

Wet op het politieambt | 22ste editie

Eddy De Raedt
Philippe Rosseel
Bart Van Thienen

Bestel uw printeditie

Politie & veiligheid

Cybercrime 3.0

Jan Kerkhofs
Philippe Van Linthout

Bestel uw printeditie

Politie & veiligheid

Ariadne nr. 2 - Officier van bestuurlijke politie

Franky Goossens
Jean-Claude Gunst

Bestel uw printeditie

Politie & veiligheid

Educatieve maatregelen voor verkeersovertreders

Ludo Kluppels

Bestel uw printeditie

Politie

17 Sep

Opleiding: Omgaan met krakers

Locatie: Uitgeverij Politeia, Keizerslaan 34, 1000 Brussel

Prijs: € 139

Schrijf u in