Menu

18 vragen en antwoorden voor de Algemeen Directeur

Welke deontologische regels gelden voor de algemeen directeur? Waarvoor is de algemeen directeur bevoegd? Wat gebeurt er bij afwezigheid van de algemeen directeur? Bekijk hier onze handige 18 vragen & antwoorden!

18-03-2018 -

1. Heet de gemeentesecretaris voortaan algemeen directeur?

Sinds 1augustus 2018 is er in alle gemeenten en OCMW’s één algemeen directeur voor de beide organisaties, ofwel effectief, ofwel als waarnemer. Hij doet wat voordien de gemeentesecretaris en de OCMW-secretaris deden. In 2018 waren de bevoegdheden van de algemeen directeur nog hoofdzakelijk die zoals ze in het Gemeentedecreet en het OCMW-decreet aan respectievelijk de gemeentesecretaris en de OCMW-secretaris waren toegekend. Vanaf 2019 worden de bevoegdheden van de algemeen directeur geregeld door het Decreet Lokaal Bestuur. In de eengemeentepolitiezone is de algemeen directeur automatisch secretaris van de politieraad en het politiecollege. In een meergemeentezone is dat uiteraard niet het geval.


2. Hoe gaat of ging men van een gemeentesecretaris en een OCMW secretaris naar één algemeen directeur?

De decreetgever nam een voorafname op de veralgemeende inwerkingtreding van het Decreet Lokaal Bestuur (grotendeels vanaf 2019) via de bepaling dat er uiterlijk op 1 augustus 2018 overal één algemeen directeur moest zijn voor de gemeente en het OCMW, als titularis of als waarnemer. Voor de overgang van één of twee secretarissen naar één algemeen directeur waren er verschillende scenario’s mogelijk:

  • In de gemeenten en de OCMW’s die op 25 februari 2018 al werkten met één secretaris voor gemeente en OCMW, werd die secretaris van rechtswege algemeen directeur, zonder dat de gemeenteraad hierover nog een beslissing moest nemen.
  • Gemeenten en OCMW’s waar na 25 februari 2018 de functie van secretaris in beide besturen vacant was, moesten een procedure starten voor de aanstelling van één algemeen directeur.
  • Gemeenten en OCMW’s met in elk bestuur een secretaris, of waar de functie van secretaris in een van beide besturen vacant was, moesten een procedure starten voor de aanstelling van een algemeen directeur.
  • De gemeenteraad kon er ook voor kiezen om geen beslissing te nemen, maar vóór 1 augustus 2018 een waarnemend algemeen directeur aan te stellen. In dat geval moest de procedure om te komen tot een effectieve algemeen directeur worden gevoerd of voortgezet door de gemeenteraad die op 1 januari 2019 aantrad.
  • Als de gemeenteraad helemaal niets deed, werd de gemeente- of de OCMW secretaris met de meeste dienstanciënniteit op 1augustus automatisch waarnemend algemeen directeur. Ook in dat geval was het aan de nieuwe gemeenteraad om vanaf 2019 de procedure te voeren of voort te zetten.

3. Wie stelt de (adjunct-) algemeen directeur aan?

De aanstelling van de algemeen directeur en de eventuele adjunct is altijd een bevoegdheid van de gemeenteraad. De gemeenteraad kan deze bevoegdheid niet delegeren naar het college van burgemeester en schepenen.

4. Moet de (adjunct-) algemeen directeur op proef worden aangesteld?

Wanneer de aanstelling gebeurt na een aanwervings- en/of bevorderingsprocedure in statutair dienstverband, wordt de (adjunct-)algemeen directeur aangesteld op proef. Een aanstelling van rechtswege of een aanstelling na een systematische vergelijking van titels en verdiensten gebeurt met behoud van het dienstverband. Dit heeft ook betrekking op de proeftijd. Concreet betekent dit het volgende:

  • Een contractuele functiehouder wordt in contractueel dienstverband als directeur aangesteld en hoeft dus geen proefperiode te doorlopen.
  • Een functiehouder in vast statutair dienstverband wordt in statutair dienstverband aangesteld en hoeft dus geen nieuwe proefperiode te doorlopen.
  • Een functiehouder die statutair is op proef, wordt statutair directeur op proef en moet bijgevolg de resterende proeftijd doorlopen.
  • Een functiehouder die statutair in een mandaat is op proef, wordt aangesteld als directeur in een mandaatfunctie en moet dus de resterende proeftijd doorlopen.

5. Wat is de rechtspositie van de ‘dubbelloper’ van de algemeen directeur?

De gemeenteraad kan ten vroegste zes maanden voor de beëindiging van het ambt van de uittredende algemeen directeur een nieuwe algemeen directeur aanstellen. De nieuwe algemeen directeur staat de uittredende algemeen directeur bij in de vervulling van zijn taken en de uitoefening van zijn bevoegdheden. Bij de beëindiging van het ambt van de uittredende algemeen directeur neemt de nieuwe algemeen directeur het ambt van algemeen directeur op.

6. Kan het ambt van algemeen directeur een deeltijds ambt zijn?

Ja. De gemeenteraad legt de prestatiebreuk van de algemeen directeur vast. Die eventuele prestatiebreuk is niet automatisch gekoppeld aan de grootte van het bestuur, wat vroeger wel het geval was. Uiteraard moet ze in relatie staan tot de taakomvang van de algemeen directeur. Opgelet: een (deeltijdse) algemeen directeur kan niet tegelijkertijd ook een (deeltijdse) andere functie opnemen binnen de eigen gemeente of het eigen OCMW. Ook een combinatie met een (deeltijdse) functie die bestuurlijk toezicht of audittaken bij de gemeente of het OCMW inhoudt, kan niet.

7. Moet het ambt van algemeen directeur uitgeoefend worden door een personeelslid van de gemeente?

Ja. De algemeen directeur wordt aangesteld door de gemeenteraad, en is via die weg automatisch in dienst van de gemeente.


8. Is het ambt van (adjunct-) algemeen directeur verenigbaar met een ambt als (adjunct-)algemeen directeur in een andere gemeente?

Ja, dat kan, op voorwaarde dat het niet gaat om twee voltijdse functies. Volgens de Arbeidstijdwet van 14 december 2000 kan men geen twee voltijdse functies combineren, omdat dan de grenzen van de dagelijkse en wekelijkse arbeidsduur worden overschreden.


9. Wat gebeurt er bij afwezigheid van de algemeen directeur?

Als het bestuur beschikt over een adjunct-algemeen directeur, dan vervangt hij de algemeen directeur bij diens afwezigheid of verhindering. Is er meer dan één adjunct-algemeen directeur, dan zal men uiteraard moeten bepalen wie van hen instaat voor de vervanging.

Voor het overige regelt de gemeenteraad de vervanging van de algemeen directeur. De gemeenteraad kan deze bevoegdheid delegeren naar het college van burgemeester en schepenen, dat ze op zijn beurt kan overdragen aan de algemeen directeur zelf. Een verdere delegatie is (logischerwijze) niet mogelijk.

Als de afwezigheid langer dan 120 dagen duurt, moet in elk geval een waarnemend algemeen directeur worden aangesteld. Dat kan gebeuren door de gemeenteraad, die dit echter ook kan delegeren naar het college van burgemeester en schepenen of naar de algemeen directeur zelf. Voor alle duidelijkheid: er is altijd maar één waarnemend algemeen directeur. Op grond van het principe van de eenheid van leiding mag een gemeente de waarnemersfunctie niet tegelijkertijd over verschillende mensen verdelen.

De waarnemend algemeen directeur oefent alle bevoegdheden van de algemeen directeur uit.


10. Wie komt als waarnemend (adjunct-) algemeen directeur in aanmerking?

Het Decreet Lokaal Bestuur legt geen voorwaarden op waaraan de waarnemend algemeen directeur moet voldoen, niet op het vlak van diploma of ervaring, en evenmin op het vlak van werkgeverschap. Een gemeente kan dus ook werken met een waarnemend algemeen directeur die in dienst is van het eigen OCMW, of van een ander bestuur. De gemeenteraad (en bij delegatie het college van burgemeester en schepenen en eventueel de algemeen directeur zelf) kan uiteraard zelf wel bijkomende voorwaarden koppelen aan het waarnemerschap.


11. Moet de waarnemend algemeen directeur (opnieuw) de eed afleggen? Zo ja, bij wie?

Als het college van burgemeester en schepenen of de algemeen directeur zelf een waarnemer aanstelt, dan is een eedaflegging in de openbare vergadering van de gemeenteraad niet nodig. We stellen voor om in die gevallen de eed te laten afleggen zoals dat voor de rest van het personeel geldt. Dit wil zeggen: in handen van de burgemeester, die kan delegeren. Als de waarnemer een eigen personeelslid is, hoeft de eed niet (meer) afgenomen te worden. Alle personeelsleden leggen de eed immers al af. De eedformule voor de algemeen directeur is dezelfde, alleen het orgaan is anders geregeld.

Als de gemeenteraad een waarnemer aanstelt, dan moet hij (net zoals de algemeen directeur zelf) de eed afleggen tijdens een openbare vergadering van de gemeenteraad, in handen van de voorzitter van de gemeenteraad.

12. Welke gemeenten kunnen ook een adjunct-algemeen directeur aanstellen?

We moeten een onderscheid maken tussen drie situaties:

  • Gemeenten met meer dan 60000 inwoners kunnen een adjunct-algemeen directeur aanstellen, maar ze zijn daartoe niet verplicht.
  • Alle gemeenten (zonder inwonerbeperking) kunnen een adjunct-algemeen directeur aanstellen binnen de overgangsregeling om van twee secretarissen van gemeente en OCMW te gaan naar één algemeen directeur die beide besturen bedient. In besturen die gekozen hebben voor de aanstelling van de algemeen directeur op basis van een aanwervingsprocedure, kunnen er mogelijk zelfs twee adjuncten zijn, als geen van beide secretarissen algemeen directeur wordt én de gemeenteraad ervoor kiest om de ex-titularissen aan te stellen tot adjunct-algemeen directeur.
  • In het geval van een samenvoeging van één of meer gemeenten kan (kunnen) de algemeen directeur(s) van de voorheen aparte gemeenten die geen algemeen directeur van de fusiegemeente wordt (worden), worden aangesteld tot adjunct-algemeen directeur.

13. Hoe gebeurt de evaluatie van de (adjunct-)algemeen directeur?

Alle medewerkers van de gemeente en het OCMW, en dus ook de (adjunct-)algemeen directeur, hebben recht op opvolging en feedback over hoe ze werken. Dat kan gebeuren met een formele evaluatie, maar dat is niet verplicht. Een ontslag wegens beroepsongeschiktheid door ontoereikend functioneren kan alleen na een voorafgaande evaluatie.

Als er toch gewerkt wordt met een evaluatiesysteem, dan gebeurt dat voor de (adjunct-) algemeen directeur door een evaluatiecomité dat bestaat uit het college van burgemeester en schepenen en de voorzitter van de gemeenteraad. De evaluatie moet gebeuren op basis van een voorbereidend rapport dat is opgesteld door externe deskundigen op het vlak van personeelsbeleid. Dat rapport wordt opgesteld na ten minste een evaluatiegesprek tussen de externe deskundigen en de (adjunct-)algemeen directeur en een onderzoek over zijn functioneren waarbij de burgemeester (voorzitter van het vast bureau), de leden van het managementteam en de voorzitter van de gemeenteraad betrokken worden.

Het evaluatiecomité beslist of de evaluatie gunstig of ongunstig is. Bij staking van stemming is het resultaat gunstig.

14. Aan welke aanwervingsvoorwaarden moet de (adjunct-)algemeen directeur voldoen?

De gemeenteraad is de aanstellende overheid en legt de aanwervingsvoorwaarden vast, binnen de minimale voorwaarden die de Vlaamse Regering vastgesteld heeft. Als de functie van (adjunct-) algemeen directeur door aanwerving ingevuld wordt, moet de kandidaat een diploma voorleggen dat toegang geeft tot het A-niveau, dus een masterdiploma of gelijkwaardig. Bovendien moet hij in de selectieproeven aantonen over de nodige management- en leiderschapscapaciteiten te beschikken. De test die deze capaciteiten toetst, moet afgenomen worden door een extern selectiebureau.

15. Waarvoor is de algemeen directeur bevoegd?

De algemeen directeur zit op het snijpunt tussen de politieke en de ambtelijke organisatie. Hij heeft dan ook een zeer uitgebreide reeks taken en bevoegdheden. Sommige daarvan vloeien rechtstreeks voort uit het decreet, andere komen bij de algemeen directeur na delegatie van een politiek orgaan.

De spilfunctie van de algemeen directeur tussen politiek en organisatie blijkt duidelijk uit de opdracht dat de algemeen directeur, ten minste na iedere vernieuwing van de raden, namens het managementteam een afsprakennota sluit met het college van burgemeester en schepenen, de burgemeester, het vast bureau, de voorzitter van het vast bureau, het bijzonder comité voor de sociale dienst en de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst over de wijze waarop hij en de overige leden van het managementteam met die politieke organen samenwerken om de beleidsdoelstellingen te realiseren, en over de omgangsvormen tussen bestuur en administratie. In de afsprakennota wordt ook bepaald hoe de algemeen directeur de bevoegdheden uitoefent die aan hem zijn gedelegeerd door het college van burgemeester en schepenen en het vast bureau.

Voor een volledig overzicht van de belangrijkste opdrachten en bevoegdheden van de algemene directeur, raadpleeg hier onze publicatie Het decreet lokaal bestuur in vraag en antwoord.


16. Kan de algemeen directeur zijn bevoegdheden delegeren naar andere personeelsleden?

Ja, het algemene principe van het Decreet Lokaal Bestuur is dat de algemeen directeur zijn bevoegdheden kan delegeren aan andere personeelsleden van de gemeente of het OCMW. Het decreet bevat hiervoor wel enkele contouren en beperkingen:

  • Het systeem van organisatiebeheersing bepaalt binnen welke grenzen de algemeen directeur zijn bevoegdheden kan toevertrouwen aan of delegeren naar andere personeelsleden. Een delegatie moet schriftelijk gebeuren, met een ondubbelzinnige omschrijving van de toegekende bevoegdheden en de daaraan verbonden opdrachten, middelen en rapporteringsverplichtingen. Bovendien blijft de algemeen directeur de eindverantwoordelijke.
  • De algemeen directeur kan personeelsleden aanwijzen om technische inlichtingen te verstrekken aan de raadsleden.
  • De algemeen directeur voert de bevoegdheden die hem zijn gedelegeerd door het college van burgemeester en schepenen of door het vast bureau persoonlijk uit. Hij kan ze, met uitzondering van de vaststelling van het organogram en het aanstellen van een waarnemend algemeen directeur, wel delegeren naar andere personeelsleden van de gemeente of het OCMW.
  • De algemeen directeur kan de uitoefening van het dagelijks personeelsbeheer toevertrouwen aan andere personeelsleden.
  • De algemeen directeur kan het afnemen van de eed van personeelsleden delegeren naar de leden van het managementteam die geen mandataris zijn.
  • Indien de algemeen directeur een gemeentelijke bevoegdheid of taak delegeert naar een personeelslid van het OCMW of omgekeerd, is er een beheersovereenkomst nodig tussen de gemeente en het OCMW om deze ‘kruiselingse delegatie’ mogelijk te maken.
  • De delegatie van de aanstellings-, ontslag- en tuchtbevoegdheid door de algemeen directeur kan alleen naar personeelsleden met ten minste dezelfde of een gelijkwaardige graad als het personeelslid dat de tuchtprocedure ondergaat.
  • De algemeen directeur kan het bijwonen van de vergaderingen van het bijzonder comité voor de sociale dienst, het opstellen en het medeondertekenen van de notulen delegeren aan een personeelslid van het OCMW. Op voorwaarde dat het is opgenomen in de beheersovereenkomst tussen gemeente en OCMW, kan het ook worden toevertrouwd aan een personeelslid van de gemeente.
  • De algemeen directeur kan zijn bevoegdheid tot ondertekening of medeondertekening opdragen aan een of meer personeelsleden van de gemeente of het OCMW, behalve voor de (mede)ondertekening van de notulen en het zittingsverslag van de gemeenteraad en de OCMW-raad, de notulen van het college van burgemeester en schepenen en het vast bureau. Deze delegatie gebeurt schriftelijk en kan op elk moment worden herroepen. Een kruiselingse delegatie (delegatie van de ondertekening van gemeentelijke stukken aan een personeelslid van het OCMW en omgekeerd) kan alleen mits er een beheersovereenkomst is tussen gemeente en OCMW.

17. Wie geeft instructies aan de algemeen directeur?

De algemeen directeur moet zich gedragen naar de onderrichtingen van de gemeenteraad, de voorzitter van de gemeenteraad, het college van burgemeester en schepenen, de burgemeester, de OCMW-raad, de voorzitter van de OCMWraad, het vast bureau, de voorzitter van het vast bureau, het bijzonder comité voor de sociale dienst en de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst. Eventuele afwijkingen hierop staan in de afsprakennota die de algemeen directeur sluit met elk van de politieke organen. Hij rapporteert aan het college van burgemeester en schepenen, aan het vast bureau en aan het bijzonder comité voor de sociale dienst.

18. Welke deontologische regels gelden voor de algemeen directeur?

Als personeelslid van de gemeente gelden voor de algemeen directeur uiteraard de regels die voor alle medewerkers van kracht zijn (zie vraag 158). Daarnaast zijn er nog enkele specifieke bepalingen voor de algemeen directeur:

  • De onverenigbaarheid van zijn functie met een ander ambt bij de gemeente of het OCMW;
  • De onverenigbaarheid van zijn ambt met dat van medewerker bij een dienst die belast is met het bestuurlijke toezicht op of de audit van het betrokken bestuur;
  • Het verbod om zelf of via een tussenpersoon daden van koophandel te stellen, uitgezonderd de daden van koophandel in het kader van de voogdij, de curatele over onbekwamen, en de opdrachten die in naam van de gemeente en het OCMW in private ondernemingen of verenigingen worden uitgevoerd;
  • Het verbod om vakbondsafgevaardigde te zijn in de lokale besturen van de gemeente waar hij werkt, of op te treden als afgevaardigde of deskundige van een vakorganisatie in het bijzonder onderhandelingscomité of het hoog overlegcomité van de gemeente;
  • Het verbod om deel te nemen aan de bespreking of de stemming over aangelegenheden waarbij de algemeen directeur een rechtstreeks belang heeft, persoonlijk of als vertegenwoordiger, of waarbij de echtgenoot, wettelijk samenwonende, bloed- of aanverwant tot de vierde graad rechtstreeks een persoonlijk belang hebben;
  • Het verbod om deel te nemen aan de bespreking of de goedkeuring door een politiek orgaan van de gemeente van het meerjarenplan, budget of jaarrekening van een instantie waaraan de algemeen directeur verantwoording verschuldigd is waarvan hij in een uitvoerend orgaan zetelt;
  • Het verbod om rechtstreeks of onrechtstreeks als advocaat of notaris te werken in geschillen ten behoeve van de gemeente, als tegenpartij van de gemeente of voor een personeelslid van de gemeente voor een geschil met betrekking tot die situatie; wellicht is het de bedoeling dat dit verbod ook geldt m.b.t. het OCMW, al schrijft het Decreet Lokaal Bestuur dat niet letterlijk voor;
  • Het verbod om rechtstreeks of onrechtstreeks een overeenkomst te sluiten met of deel te nemen aan een overheidsopdracht van de gemeente en een gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap, met uitzondering van schenkingen aan die entiteiten of wanneer de algemeen directeur een beroep doet op de dienstverlening van die entiteiten; wellicht is het de bedoeling dat dit verbod ook geldt m.b.t. het OCMW, al schrijft het Decreet Lokaal Bestuur dat niet letterlijk voor.

In de meergemeentepolitiezone kan de algemeen directeur ook secretaris zijn van de politieraad en het politiecollege. Daarbij gelden bijkomende specifieke bepalingen:

  • Het verbod aanwezig of vertegenwoordigd te zijn bij een beraadslaging of besluit over zaken waarbij hij persoonlijk of als gelastigde, voor of na zijn verkiezing, een rechtstreeks belang heeft, of waarbij zijn bloed- of aanverwanten tot en met de vierde graad een persoonlijk en rechtstreeks belang hebben. Bij voordrachten van kandidaten, benoemingen en tuchtvervolgingen geldt dit verbod slechts ten aanzien van bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad;
  • Het verbod rechtstreeks of onrechtstreeks deel te nemen aan enige dienst, heffing van rechten, levering of aanbesteding ten behoeve van de politiezone;
  • Het verbod als advocaat, notaris of zaakwaarnemer werkzaam te zijn in rechtsgedingen tegen de politiezone ingesteld. Het is hem verboden in dezelfde hoedanigheid ten behoeve van de politiezone te pleiten, raad te geven of op te treden in enige betwiste zaak;
  • Het verbod op te treden als raadsman van een personeelslid in tuchtzaken.

Bestel hier de volledige publicatie Het decreet lokaal bestuur in vraag en antwoord.

Ook interessant

Politiek

Later word ik politicus

Jos Huypens
Bart Ramakers

Bestel uw printeditie

Bestuur & organisatie, Communicatie & informatie, Cultuur & vrije tijd, Economie, Omgeving, Personeel, Politiek, Recht, Sociaal beleid & werk

Onderwijs, Politiek

Kiezen voor een lokaal onderwijsverhaal

Bestel uw printeditie

Politiek

Gemeenteraadsverkiezingen 2018 in vraag en antwoord

Marian Verbeek

Bestel uw printeditie

Politiek

Lokale politiek en democratie: 40 stemmen over stad en gemeente

Filip De Rynck
Jan Van Alsenoy

Bestel uw printeditie