Menu

Decreet Lokaal Bestuur: 3 vragen over de impact op de gemeentes en OCMW’s

Het Decreet Lokaal Bestuur betekent vanaf 2019 een ingrijpende verandering voor de Vlaamse gemeenten en OCMW’s, en de verzelfstandigings- en samenwerkingsentiteiten die ze hebben opgericht of waarin ze anticiperen. Wij beantwoorden drie belangrijke vragen die klanten ons gesteld hebben.

02-09-2019 -

De belangrijkste wijzigingen hebben betrekking op de relatie tussen gemeente en OCMW. De politieke organen van beide organisaties bestaan voortaan uit dezelfde personen, en de organisaties worden maximaal in elkaar geschoven, al blijft het om aparte rechtspersonen gaan. 

1. Zijn de regels van het Decreet Lokaal Bestuur op alle medewerkers van de gemeente en het OCMW van toepassing?

De personeelsregels uit het Decreet Lokaal Bestuur gelden in beginsel voor alle medewerkers van de gemeente en het OCMW. 

Er zijn echter een aantal specifieke of afwijkende regels voor de algemeen directeur, de eventuele adjunct-algemeen directeur, de financieel directeur, de eventuele adjunct-financieel directeur, de eventuele ombudsman en de maatschappelijk werkers van het OCMW die belast zijn met het sociaal onderzoek en de individuele hulpvragen.

Voor de toepasselijke rechtspositieregeling van het OCMW-personeel maakt het decreet een onderscheid naargelang de functie van een medewerker, of de dienst of instelling waarbinnen een medewerker tewerkgesteld is. Ook voor het personeel van het gemeentelijk onderwijs zijn er afwijkende regels met betrekking tot de toepasselijke rechtspositieregeling. 

Verder zijn de bepalingen over tucht alleen van toepassing op de personeelsleden die statutair zijn aangesteld. Tot slot doet het Decreet Lokaal Bestuur geen afbreuk van afwijkende decretale of wettelijke bepalingen.

2. Bestaat de personeelsformatie nog?

Het Decreet Lokaal Bestuur kent de personeelsformatie niet meer. Ze was tot eind 2018 verplicht. In de memorie van toelichting bij het decreet van 3 juni 2016 tot wijziging van het Gemeentedecreet staat dat de besturen in de toekomst (vanaf 2019) een eigen instrument moeten creëren waarmee ze hun personeelsbehoefte en personeelsplanning in kaart brengen.

3. Wie is bevoegd voor de aanstelling van het personeel?

Het college van burgemeester en schepenen stelt het personeel van de gemeente aan. De gemeenteraad stelt de algemeen directeur, de adjunct-algemeen directeur, de financieel directeur, de adjunct-financieel directeur en de ombudsman aan. 

Het vast bureau is bevoegd voor de aanstelling van het OCMW-personeel, behalve voor de ombudsman: hij wordt aangesteld door de OCMW-raad. 

Het college van burgemeester en schepenen en het vast bureau kunnen hun respectieve aanstellingsbevoegdheid delegeren naar de algemeen directeur, die deze bevoegdheid zelf verder kan delegeren naar de andere personeelsleden van de gemeente of het OCMW. Een kruislingse delegatie (delegatie van de bevoegdheid om gemeentepersoneel aan te stellen aan een personeelslid van het OCMW en omgekeerd) kan alleen mits er een beheersovereenkomst is tussen gemeente en OCMW.

Ontdek meer over de rechtspositieregeling, de eedaflegging, de deontologische rechten en plichten van het personeel en de evaluatie van personeelsleden in Decreet Lokaal Bestuur in vraag en antwoord

Ook interessant

Bestuur & organisatie

Strategische coördinatie

Gwenny Cooman
Kurt Parmentier
Karin De Craecker

Bestel uw printeditie

Bestuur & organisatie

Tucht en preventieve schorsing in Vlaamse lokale besturen - Handleiding

Maureen Landtsheere

Bestel uw printeditie

Bestuur & organisatie

Leidraad voor het bestuur van een SHM

Björn Mallants

Bestel uw printeditie

Bestuur & organisatie

Het autonoom gemeentebedrijf

Ben Gilot
David Vanholsbeeck

Bestel uw printeditie

Beleid, Communicatie

24 Sep

Opleiding: Communicatie belicht vanuit het bestuursdecreet

Locatie: Uitgeverij Politeia, Keizerslaan 34, 1000 Brussel

Prijs: € 169

Schrijf u in