Menu

30 concrete voorstellen voor een humane stad

Wat is een humane stad? Waar moeten beleidsmakers zich op richten? Twintig academici van de VUB nemen samen de handschoen op en hebben een gezamelijke ambitie: bijdragen tot een groot humanistisch onderzoek. We presenteren hier hun ‘verkiezingsprogramma’ voor de humane stad. Geen partijpolitiek, wel 30 ambitieuze en concrete voorstellen, gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek.

02-10-2019 - door Pieter Ballon

1. Onze administratieve stedelijke en gemeentelijke grenzen komen niet overeen met de daadwerkelijke stedelijke activiteiten en interacties. We moeten onze steden zoveel mogelijk plannen en, waar relevant, ook besturen op het niveau van het stedelijke systeem.

2. Brussel is het zwaartepunt van het stedennetwerk van centraal België. De metropool Brussel kan slechts als internationale metropool meetellen als de bebouwing, economische activiteit en mobiliteit van omliggende subcentra als Leuven, Mechelen, Aalst, Denderleeuw, Waver en Ottignies-Louvain-La-Neuve hierop sterk worden afgestemd.

3. De stedelijke centra kunnen slechts op een duurzame manier worden verstrekt door middel van een op hoogwaardig openbaar vervoer gerichte ontwikkeling.

4. Organiseer het woonbeleid van stadsregio’s.

5. Moedig voluit vastgoedinvesteringen aan die tegemoetkomen aan maatschappelijke noden.

6. Om wonen voor de laagste inkomensgroep betaalbaar te houden, zijn bijkomende sociale huurwoningen nodig. Ontwikkel een grondbeleid dat publieke gronden voorbehoudt voor sociale woningen en innovatieve woonformules als erfpact, community land trusts of woningcoöperatieven.

7. Een goede opvolging van de nieuwe mobiliteitsconcepten is absoluut noodzakelijk. De license to operate in een stad dient daarom samen te gaan met een absolute transparantie van data die verzameld kunnen worden, zodat een monitoring en mogelijke bijsturing vanuit de stad mogelijk blijft.

8. De transitie naar mobility as a service dient getrokken te worden vanuit de stad. De stad moet alle actoren bij elkaar brengen, goede afspraken maken zodat er complementariteit met het openbaar vervoersnetwerk is in plaats van kannibalisatie, en begeleidende maatregelen invoeren voor een inclusieve en duurzame mobiliteit.

9. Een integraal mobiliteitsplan met nadruk op inspraak van stakeholders is essentieel voor succes.

10. Gemeenten moeten de wettelijke bevoegdheid krijgen om ook voertuigen te belasten. Het is aangewezen gemeenten via de opdeciemen toe te laten een eigen ecologisch beleid te voeren.

11. Gemeenten moeten autodelen kunnen aanmoedigen door lagere opcentiemen toe kennen aan auto’s die door de burgers in mede-eigendom worden aangekocht.

12. Steden en gemeenten moeten de bevoegdheid krijgen om het gebruik van het gemeentelijk grondgebied door een voertuig te regelen via een tolheffing, zodat de ‘congestion tax’ naar Londens model mogelijk is.

13. Creëer een open, publieke dataruimte voor real-time-data, die zowel publieke als private stadsdata omvat, en wordt geregeld door een datacharter.

14. Reguleer de aspecten van dominante digitale platformen die voor het publiek belangrijk zijn, zoals privacy, transparantie, toegankelijkheid en dienstverlening, en dit via licenties, samenwerkingsovereenkomsten en wetgeving.

15. Gebruik slimme technologieën voor een voluntaristisch herontwerp van de publieke ruimte, waarbij de wandelende, ontmoetende, spelende mens centraal komt te staan.

16. De stad moet inzetten op de datageletterdheid van haar inwoners: door vereenvoudiging van de complexiteit van datastromen in de stad en via educatieve initiatieven.

17. Zorg voor opleiding en aanwerving van datageletterd stadspersoneel en een centrale dataverantwoordelijke.

18. Pas de regels toe voor een correcte datacollectie, -schoonmaak, - verwerking en interpretatie van de resultaten, en laat ze toepassen door anderen. Voer een Privacy Impact Assessment uit bij elke significante nieuwe toepassing.

19. ‘Etnische’ buurten en migrantennetwerken komen voort uit de nood aan informele opvangstructuren bij nieuwkomers die weinig toegang hebben tot alternatieven. De netwerken in deze buurten zijn belangrijk sociaal kapitaal voor lokale integratie. Betrek daarom precaire groepen bij de werking van stedelijke diensten zodat ze een betere toegang krijgen tot openbare voorzieningen.

20. Alle stedelingen moeten van de vigerende wettelijke voorwaarden en bescherming op het vlak van arbeid, huisvesting, onderwijs en zorg kunnen genieten. Zogenaamde ‘illegale’ migranten moeten uit hun rechtsonzekerheid gehaald worden, waarbij het invoeren van een ‘stedelijk burgerschap’, zoals reeds verkend door enkele Amerikaanse steden, een middel kan zijn.

21. Waar sociale voorzieningen steeds meer te lijden hebben onder besparingen en nationale overheden zeer weigerachtig staan tegenover het uitbreiden van het sociale vangnet, kunnen steden het voortouw nemen met een visionaire agenda voor een sociaal vangnet dat territoriale grenzen kan overschrijden.

22. Maak van interlevensbeschouwelijke en interculturele werking en sociale inclusie criteria ter ondersteuning en betoelaging van diverse organisaties en sociaal-culturele initiatieven.

23. Ondersteun zingevende initiatieven waarbij ontmoeting, dialoog en co-creatie tussen verschillende sociale groepen en overtuigingen centraal staan.

24. Richt publieke ruimtes zo in dat ze diverse sociale groepen en overtuigingen uitnodigen tot zelfreflectie, vreedzame ontmoeting en dialoog.

25. Bestuur de stad niet louter top-down, maar zet in op nudging of begeleide zelforganisatie.

26. Houd projecten zo open en flexibel mogelijk, zodat ze zich kunnen aanpassen aan veranderende situaties en nieuwe inbreng.

27. Ontwikkel een open-source publiek stadsplatform, waarop burgers, overheid en bedrijven behoeften, beschikbare middelen en ideeën kunnen signaleren en bediscussiëren.

28. Een humane stad identificeert beleidsuitdagingen en formuleert duurzame beleidsoplossingen op basis van expertise en participatie van burgers en diverse stakeholders.

29. De participatie-readiness van een slimme stad moet worden vergroot door openheid en budget te voorzien om de gewekte verwachtingen waar te maken, alsook door transparantie over de resultaten en hinderpalen.

30. Om digitale uitsluiting in een slimme stad tegen te gaan, dient voortdurend rekening gehouden te worden met de indicatoren uit het sociale veld en uit het digitale veld, die digitale inclusie negatief of positief beïnvloeden.

Meer info? Check onze publicatie De humane stad. 30 voorstellen voor een stad op mensenmaat

Ook interessant