Menu

De vier types van vrijwilligers

Vrijwilligers zijn niet meer weg te denken uit de lokale dienstencentra, dagverzorgingscentra en woonzorgcentra. Ze brengen andere ervaringen of competenties binnen in de organisatie. Vrijwilligers kunnen vaak ook meer tijd vrijmaken met de cliƫnten. Maar om dat allemaal goed te laten verlopen, moet een lokaal bestuur wel investeren in de uitbouw van een vrijwilligersbeleid. Op basis van de praktijk formuleren we hieronder vier types vrijwilligers en wat ze kunnen betekenen binnen de organisatie.

12-12-2019 - door Joke Vandewalle

1. De traditionele of klassieke vrijwilliger

Traditionele of klassieke vrijwilligers engageren zich op regelmatige basis en gedurende een lange periode binnen dezelfde organisatie. Men noemt dit traditionele of klassieke vrijwilligers omdat mensen vroeger ook vaak hun hele leven actief bleven binnen dezelfde organisatie.

Dit type van vrijwilliger is voor organisaties natuurlijk het meest efficiënt. Op termijn kent de vrijwilliger de taak door en door en heeft hij of zij wellicht minder ondersteuning nodig. Een mogelijke valkuil is dat er niet altijd opvolging is, of iemand die kan overnemen wanneer de vrijwilliger plots wegvalt.

2. De flexibele of episodische vrijwilliger

De flexibele of episodische vrijwilliger leunt het dichtst aan bij wat men bedoelt met ‘de nieuwe vrijwilliger’. Nancy Macduff introduceerde dit concept al in 1990 en ontwikkelde een specifieke typologie van episodisch vrijwilligerswerk, met drie mogelijke vormen:

  • Tijdelijke episodische vrijwilligers: deze vrijwilligers zetten zich eenmalig in voor enkele uren, bijvoorbeeld tijdens de opening van het nieuwe woonzorgcentrum komen enkele sympathisanten meehelpen om alles vlot te laten verlopen.
  • Interim-episodische vrijwilligers: deze vrijwilligers werken een drie- tot zestal maanden op regelmatige basis mee binnen de dienst. Denk maar aan iemand die net is afgestudeerd en in afwachting van een vaste job enkele maanden meewerkt als vrijwilliger.
  • Occasionele episodische vrijwilligers: deze vrijwilligers komen jaarlijks terug en zetten zich in voor een korte periode of specifiek evenement. Denk maar aan de vrijwilligers die bijvoorbeeld jaarlijks deur aan deur plantjes verkopen voor Kom op tegen Kanker.

Deze episodische vrijwilligers kunnen, mits ze het juiste takenpakket krijgen, een grote meerwaarde vormen voor de dienst. Het is belangrijk om na te gaan binnen welke taken deze episodische vrijwilligers de grootste meerwaarde kunnen genereren.

3. De verplichte vrijwilliger

Een verplichte vrijwilliger is in feite een contradictio in terminis. Iemand dwingen om  vrijwilligerswerk te doen kan volgens de vrijwilligerswet niet. Toch blijkt uit de praktijk dat diensten geregeld mensen over de vloer krijgen met de vraag naar ‘verplicht’ vrijwilligerswerk. Denk maar aan de gedetineerde die kan vrijkomen op voorwaarde dat hij een vorm van dagbesteding heeft. Of stagiairs die vrijwilligerswerk moeten doen om de sector te leren kennen. Of een groot bedrijf dat vindt dat zijn medewerkers op teambuilding een vrijwillig handje mogen komen toesteken.

In deze situaties komt de vraag naar vrijwilligerswerk niet vanuit de vrijwilliger zelf, maar dringt een andere instantie die op. We kunnen ons de vraag stellen of de persoon in kwestie zelf wel geïnteresseerd is in het vrijwilligerswerk.

Maar: dit hoeft geen negatief verhaal te zijn. Tussen deze ‘verplichte’ vrijwilligers kunnen immers ook heel wat waardevolle vrijwilligers zitten, die na hun ‘verplicht’ vrijwilligerswerk misschien wel blijven hangen als vaste vrijwilliger. Bovendien trekt de organisatie op die manier ook andere types van mensen aan, met andere kwaliteiten om in te zetten. Vaak vergen deze vrijwilligers echter meer ondersteuning of moet je overleg organiseren met de instantie die het vrijwilligerswerk verwacht.

Het is belangrijk om hier binnen de dienst bij stil te staan. Staan de medewerkers ervoor open om te werken met dergelijke vrijwilligers? Is er voldoende ondersteuning aanwezig? Als het niet lukt, wat zijn dan de gevolgen voor de organisatie en voor de vrijwilliger?

4. De cliënt-vrijwilliger of kwetsbare vrijwilliger

Steeds meer zien we een toename van ‘cliënt’-vrijwilligers, zoals men deze in de praktijk soms noemt. Door de vermaatschappelijking van zorg komen kwetsbare personen met hun vraag naar vrijwilligerswerk steeds meer terecht bij de reguliere zorgdiensten. Door het vrijwilligerswerk kunnen ze op hun eigen manier iets terugdoen voor de maatschappij of krijgen ze de kans om te groeien.

Het voordeel voor organisaties is dat deze vrijwilligers vaak heel wat tijd hebben die ze kunnen besteden binnen de werking. Tegelijkertijd hebben deze vrijwilligers soms meer of andere ondersteuning nodig, waarop de dienst moet anticiperen. Maar wanneer de persoon in kwestie sterker is en zich goed voelt binnen de dienst, kan hij of zij uitgroeien tot een sterke loyale vrijwilliger.

Meer informatie? Check onze publicatie Vrijwilligersbeleid in de openbare woonzorg 

Ook interessant

Sociaal beleid & werk

Vrijwilligers in de budget- en schuldhulpverlening

Bestel uw printeditie

Sociaal beleid & werk

Sociaal huis

Eric Goubin
Dirk Meulemans

Bestel uw printeditie

Omgeving, Sociaal beleid & werk

SOS Huisvesting

Geert De Bolle

Bestel uw printeditie

Politie & veiligheid, Sociaal beleid & werk

Sociaal werk en politie: een moeilijke ontmoeting?

Marleen Easton
Didier Reynaert
Tijs Van Steenberghe

Bestel uw printeditie

Sociaal beleid & werk

Wegwijzer naar een integrale hulpverlening - 8ste ed.

Ria Vandaele

Bestel uw printeditie