Menu

5 vragen aan Jan Van Peteghem: Hoe moeten preventie-adviseurs met de coronacrisis omgaan?

Em. prof. Jan Van Peteghem heeft nagenoeg zijn hele loopbaan doorgebracht in de wereld van het welzijn op het werk. Hieronder vind je zijn visie op hoe preventie-adviseurs met de huidige coronacrisis moeten omgaan. Maar hij geeft ook zijn blik op de toekomst.

02-04-2020 - door Jan Van Peteghem

1. We zitten momenteel volop in een crisissituatie. Welke gouden tips wil jij meegeven aan preventie-adviseurs?

Het is nu hèt ogenblik om je waarde als preventieadviseur te bewijzen: help je lokale bestuur met het opstellen van een beleid (je hebt hiervoor voldoende contacten opgebouwd met de verschillende werkeenheden en de sociale partners in de gemeente), overleg met de arbeidsongevallenverzekering en verstrek ergonomische tips voor thuiswerkers.

Bovendien is hier een specifieke risicoanalyse op zijn plaats: we moeten weten welke werknemers in de eerste plaats bedreigd zijn. Denk daarbij aan de risicogroepen: de Codex stelt dat we een risicoanalyse moeten uitvoeren inzake “bijzondere” (kwetsbare) werknemerscategorieën: jongeren, uitzendkrachten, enzovoort.

En we weten dat COVID-19 in de eerste plaats oudere werknemers en zij met een zwakkere gezondheid aanvalt. Allicht weet je niet voor 100% zeker welke collega’s in dat profiel passen – maar misschien kan er samen met de arbeidsarts een stand van zaken opgemaakt worden? Bovendien gaat het niet alleen om persoonsgegevens, de wijze van werken speelt in een grote mate mee. Op welke arbeidsplaatsen is er een intensief onderling contact of een verhoogd besmettingsgevaar (omdat bv. arbeidsmiddelen met de hand worden doorgegeven)?

In deze emotionele context is eens te meer de communicatie een gigantische uitdaging. Als ongecontroleerde boodschappen de bovenhand halen, stopt elke vorm van rationeel gedrag. De uitdaging bestaat erin om een goed optimum te behouden tussen het verspreiden van al te alarmistische boodschappen (de ontvanger sluit zich af in een soort van overlevingscocon waar geen objectieve informatie doorheen komt) en het vervallen in het andere extreem: het onder de mat vegen van reële bedreigingen.

Nee: het virus treft je niet als je een bepaalde afstand houdt met je collega en de transmissie ervan tegengaat door frequent je handen te wassen. Anderzijds blijven deurklinken, toetsenborden, bedieningsknoppen van toestellen… mogelijke infectiehaarden. De pers staat vol met tips and tricks om een infectie te vermijden: vat ze samen op een leesbare manier en stuur ze door. Zonder in extremen te vallen: als preventieadviseur weten we dat maatregelen die door mensen buiten proportie gevonden worden slecht worden nageleefd.

Het is duidelijk dat geen enkele onderneming voldoende voorbereid was om het Coronavirus van bij de start op een eenduidige en kordate manier het hoofd te bieden: een crisis van deze omvang verwacht niemand. Terwijl de activiteit van vele werkeenheden in de lokale besturen noodgedwongen op een lager pitje staat, is dit voor de verantwoordelijken een uitgelezen moment om de staat van crisisbestendigheid van hun openbare dienstverlening tegen het licht te houden.

Lessen te trekken uit de complexiteit van besluitvorming om hun diverse categorieën van werknemers op een gelijkaardige manier te beschermen ondanks de verschillende niveaus van besmettingsrisico. Of korter bij huis, aan medewerkers voor wie thuiswerken geen optie is, toch een gelijkwaardig maatregelenpakket aan te reiken dat geloofwaardig genoeg is om hun persoonlijke bezorgdheid op te vangen.

2. Hoe zie jij de toekomst voor de preventie-adviseur evolueren?

Zoals elke professie in onze maatschappij is ook de functie van interne preventieadviseur de voorbije decennia ingrijpend geëvolueerd. Hierbij geef ik even de belangrijkste evoluties.

Trend 1: een afslanking van de interne preventiediensten. Dit loopt parallel met de moderne opvattingen, waarbij de preventiemanager in de eerste plaats een systeembeheerder moet zijn in plaats van een uitvoerder. De verantwoordelijkheid voor de arbeidsomstandigheden is steeds meer komen te liggen bij de hiërarchische lijn.

De ruim bestafte interne preventiediensten in de grotere steden, die eertijds gemeengoed waren en die vaak een breed gamma van specialisten herbergden, behoren dan ook tot het verleden. Zelfs na bijkomende gemeentelijke fusies zal de interne preventiedienst een one man band zijn.

Trend 2: is hiervan het logische gevolg. Mede ten gevolge van de wereldwijde tendens tot outsourcing besteden steeds meer werkgevers preventieve activiteiten uit, en wenden zich hiervoor in eerste instantie tot de externe preventiedienst waarbij zij zijn aangesloten, maar ook tot andere dienstverleners.

Een onderdeel hiervan is het afstoten van het in eigen beheer uitvoeren van het gezondheidstoezicht: momenteel zijn er in België nog slechts enkele grotere gemeentebesturen met een eigen bedrijfsgeneeskundige dienst, en dat zal binnen afzienbare tijd tot het verleden behoren. De alom verspreide formule van intercommunale preventiediensten daarentegen (in het reglementaire jargon “gemeenschappelijke interne diensten” genoemd) hoort hieronder thuis: het is een piste die allicht nog uitbreiding zal nemen.

Trend 3: naar een interdisciplinaire insteek van de interne preventieadviseur. De tijd dat deze een technicus was die zich nagenoeg uitsluitend onledig hield met de voorkoming van arbeidsongevallen en andere incidenten als brand, behoort tot het verleden. Maar nog steeds gaat het leeuwendeel van de opleidingen niveau II en I over veiligheid, de andere welzijnsdomeinen komen te weinig aan bod.

De interne preventieadviseur wordt, meer dan voorheen het geval was, een professional die alle eerste-lijnsvragen de baas kan, en voor al wat iets of wat specialistisch is ofwel specialistisch consult vraagt (maar dat kan je alleen maar als je gerichte vragen kan stellen) ofwel daadwerkelijk een externe deskundige binnenhaalt.

3. Je hebt jarenlang ervaring met welzijn op het werk, vanuit verschillende functies. Welke problematiek is jou het meeste bijgebleven?

Ik heb daar een dubbel gevoel over. Enerzijds zijn er weinig functies in een onderneming die zo’n brede en interessante problematiek bestrijken, en er zijn weinig functies die je zo’n zicht geven op het functioneren van de onderneming en al zijn diverse onderdelen. Je legt contacten van hoog tot laag, en speelt ook een belangrijke rol in het sociaal overleg. Op zichzelf is dat allemaal erg positief. Een belangrijk minpuntje, vind ik, blijft dat je als preventieadviseur altijd wat aan de buitenkant van het gebeuren blijft staan.

Je rare statuut en al die reglementaire detailverplichtingen maken dat je collega-leidinggevenden je blijven beschouwen als een vreemde eend in de bijt, iemand die vanuit zijn/haar onafhankelijke adviespositie niet echt meespeelt wanneer er belangrijke beslissingen moeten worden genomen en de verantwoordelijkheden worden verdeeld.

4. Je bent hoofdredacteur van het handboek Welzijn op het werk. Wat is dé absolute meerwaarde van dat werk volgens jou?

Toen ik voor het eerst inzage kreeg in het compendium, was ik erg verrast. Ik kom uit het bedrijfsleven, en had me nooit gerealiseerd hoe divers de welzijnsproblematiek in de lokale besturen oogt – en hoezeer dat vraagt om specifieke werkwijze en aangepaste standaarddocumenten.

De twee ringmappen betekenen een absoluut uniek product. Commerciële dienstverleners bieden hier en daar vergelijkbare producten aan, maar aan een erg hoge prijs en helemaal niet gericht naar de publieke sector.

5. Wat staat nog op stapel voor het handboek Welzijn op het werk? Welke thema’s zullen nog behandeld worden in de komende bijwerkingen?

De komende maanden zullen wij eerst en vooral inzetten op een volledige actualisering van het handboek. De papieren versie wordt vastbladig en zal bestaan uit twee delen: een deel inhoudelijke teksten en een deel procedures en formulieren. Zo kan de lezer makkelijker zijn weg vinden en wordt het een nóg praktischer handboek.

Daarnaast zal ook het hoofdstuk over psychosociale risico’s een grondige update krijgen. Dit is nu slechts summier behandeld in het handboek, maar we zullen daar de nodige aandacht aan besteden. En daar stopt het natuurlijk niet bij. De redactieraad heeft ideeën genoeg voor de volgende jaren. Zo staan nog op het programma: asbest en veiligheid, groendiensten, veranderingsprocessen, aansprakelijkheid. Nog heel veel interessante bijdrages dus die eraan komen!

Meer informatie? Check dan de publicatie Welzijn op het werk

Ook interessant

Personeel

Vergadertechnieken - Vergaderen is (geen) kinderspel

Jos Huypens
Joke Renneboog

Bestel uw printeditie

Personeel

Projectmatig werken in lokale besturen

Katlijn Perneel
Theo Wijnen

Bestel uw printeditie

Personeel

Verbeteren door zelfevaluatie specifiek werkboek OCWM's (pakket van 5)

Ruud Bourmanne

Bestel uw printeditie

Personeel

Verbeteren door zelfevaluatie algemeen werkboek (pakket van 5)

Ruud Bourmanne

Bestel uw printeditie

Personeel

Verbeteren door zelfevaluatie Specifiek werkboek (duurzaam) aankopen (A-scan) (pak van5)

Ruud Bourmanne

Bestel uw printeditie