Menu

De 5 basiselementen van een re-integratieplan

Een re-integratietraject heeft als doel om mensen die voor een langere periode wegvallen opnieuw op een haalbare en comfortabele manier hun werk te laten hervatten. Een goed uitgedacht re-integratieplan is daarbij cruciaal. Hieronder geven we 5 elementen van het plan mee die zeker niet mogen ontbreken.

22-06-2021 - door Inger De Wilde

Wanneer de preventieadviseur-arbeidsarts heeft geoordeeld dat een re-integratie mogelijk is, komt het aan de werkgever toe om een re-integratieplan op te maken. De werkgever overlegt hiertoe met het betrokken personeelslid, de preventieadviseur-arbeidsarts en andere personen die kunnen bijdragen tot het slagen van de re-integratie, zoals de (nieuwe) leidinggevende van het personeelslid of de personeelsverantwoordelijke.

Het is de bedoeling dat het re-integratieplan het aangepast of ander werk zo concreet en gedetailleerd mogelijk omschrijft. Hiertoe bevat het plan een of meerdere van de volgende maatregelen:

1. Een omschrijving van de redelijke aanpassingen van de werkpost. Het kan daarbij gaan om aanpassingen aan de oorspronkelijke werkpost om toe te laten dat de werknemer deze op termijn opnieuw opneemt (bv. het toegankelijk maken van de werkpost voor een rolstoel), maar ook om aanpassingen aan een werkpost waardoor de werknemer zijn aangepast of ander werk kan uitvoeren (bv. voorzien van een laptop zodat de werknemer thuis kan werken; voorzien van een ander soort bureaustoel of een in hoogte verstelbare werktafel).

2. Een omschrijving van het aangepast werk, zoals het volume van het werk en het werkrooster, en in voorkomend geval, de progressiviteit van de maatregelen. Het kan gaan om een aanpassing van het werkvolume (bv. 3/5 i.p.v. voltijds) en/of het werkrooster van de werknemer (bv. enkel dagdiensten, glijdende uurroosters…). Hierbij kan meteen al rekening worden gehouden met de progressiviteit van de maatregelen (bv. de werknemer hervat het werk eerst voor 2/5, met een voorziene stijging van het volume naar 3/5, 4/5 enzovoort). In principe blijft de werknemer wel (minstens een deel van) zijn overeengekomen werk uitoefenen, aangezien het alleen om aangepast werk gaat: de inhoud van het werk wordt hierbij niet of slechts beperkt gewijzigd (bv. hij deed zowel staand labowerk als administratie, maar kan voorlopig niet staan, dus alleen nog de administratie; een schilder die niet meer op een ladder mag werken, kan wel aangepast werk doen door alleen op grondhoogte te schilderen).

3. Een omschrijving van het ander werk, zoals de inhoud ervan, het volume en het werkrooster, en in voorkomend geval, de progressiviteit van de maatregelen. Hier gaat het om werk dat de werknemer niet verrichtte voor zijn arbeidsongeschiktheid (bv. een laborante die geen labowerk meer doet, maar enkel administratief werk terwijl zij dat voordien niet deed). Er moet dus ook een omschrijving worden gegeven van de inhoud van het ander werk, evenals uiteraard van het volume en het werkrooster.

4. De aard van de voorgestelde opleiding met het oog op het verwerven van de competenties die moeten toelaten dat het personeelslid een aangepast of ander werk kan uitvoeren.

5. De geldigheidsduur van het re-integratieplan. Het kan gaan om een tijdelijke situatie in afwachting van het opnieuw opnemen van het overeengekomen werk, of om de werknemer een tijd op te volgen bij definitief ander of aangepast werk.

Meer informatie ? Check onze publicatie Welzijn op het werk

Ook interessant

Personeel

Motivatiebeleid

Bestel

Personeel

Handboek werken met vrijwilligers | editie 2021

VSDC

Bestel

Personeel

Personeel & Organisatie | Print + digitaal met abonnement

Karen Sarens
Jan Creten

Bestel