Wat doet Terra Therapeutica? Wat is jullie rol daarin?
Terra Therapeutica is een vzw die volledig draait op vrijwilligers en zich toelegt op tuintherapie en therapeutische tuinen. Meer algemeen onderzoeken en promoten ze de rol die natuur en groen kunnen spelen voor mensen in een kwetsbare positie. Dat gaat van bewoners van woonzorgcentra en mensen in de psychiatrie tot gedetineerden, mensen in armoede of mensen die kampen met eenzaamheid.
Binnen de organisatie zijn Chris en ik de ‘trekkers’. Wij initiëren en faciliteren projecten. We werken daarvoor nauw samen met partners zoals bijvoorbeeld Hogeschool PXL. Momenteel loopt ook het initiatief Green Deal Duurzame Zorg, waarbij tuintherapie één van de thema’s is. Daarnaast bouwen we aan een netwerk van organisaties en bieden we ook opleidingen aan rond tuintherapie bij Syntra. De meeste van onze activiteiten worden uitgevoerd in Limburg en de Antwerpse Kempen.
De lente is weer in het land. Mensen komen meer buiten en spenderen meer tijd in hun tuin. Wat zijn de voordelen van tuintherapie?
Tuintherapie is in verschillende landen al langer een erkende discipline. De voordelen situeren zich vooral op mentaal en psychisch vlak. Zo helpt contact met natuur bij stressreductie en kan het een positief effect hebben op stemmingsstoornissen, zoals lichte depressie.
Ook bij kinderen zijn de effecten duidelijk: natuur kan helpen om de concentratie te verbeteren, bijvoorbeeld bij aandachtsproblemen. Daarnaast zijn de voordelen sterk afhankelijk van de doelgroep. In gevangenissen kan tuintherapie bijdragen aan re-integratie en het aanleren van vaardigheden, terwijl het in woonzorgcentra eerder gaat over het creëren van een thuisgevoel en het oproepen van herinneringen.
Hoewel het een breed spectrum bestrijkt – van psychische tot fysieke en zelfs professionele effecten – toont onderzoek aan dat het grootste effect zich situeert op het mentale welzijn.
"Tuintherapie is nog onderbelicht in België en de oorzaak is vooral beleidsmatig. Vandaag worden middelen en subsidies voornamelijk toegekend vanuit een natuurperspectief, terwijl wij vanuit de zorgcontext vertrekken."
Jullie hebben heel wat boeken geschreven. Waarom leek het jullie noodzakelijk om deze te publiceren?
Met de publicaties wilden we in eerste instantie het thema van tuintherapie introduceren binnen de zorg- en sociale sector. Hoewel “natuur en gezondheid” vandaag een populair thema is, wordt het vaak benaderd vanuit de natuursector, met focus op biodiversiteit en natuurontwikkeling.
Wij vertrekken net vanuit de zorgcontext. We pleiten voor een professionele aanpak waarbij natuur doelgericht wordt ingezet binnen zorg- en re-integratietrajecten. De eerste publicaties waren dan ook vooral gericht op sensibilisering binnen de zorgsector, met thema’s zoals tuintherapie en therapeutische tuinen.
Gaandeweg is die focus verbreed naar een ruimer publiek. Recente publicaties richten zich bijvoorbeeld op baby’s en peuters of behandelen een meer algemene invalshoek, zoals de filosofie van tuinieren.
Hoe komt het dat dit nog onderbelicht is in België?
De oorzaak hiervan is vooral beleidsmatig. Vandaag worden middelen en subsidies voornamelijk toegekend vanuit een natuurperspectief, bijvoorbeeld om meer groen te integreren in een woonzorgcentrum.
De vraag hoe natuur kan bijdragen aan welzijn en gezondheid krijgt minder aandacht, omdat die eerder thuishoort binnen het domein van zorg. Daardoor ligt de financiering momenteel vooral bij instanties zoals het Agentschap Natuur en Bos en het Departement Omgeving, en minder bij het Departement Zorg.
Toch lijkt daar stilaan verandering in te komen. Er groeit het besef dat het niet alleen gaat om méér natuur, maar ook om hoe die natuur ingezet kan worden ten dienste van mensen binnen de zorg. Het is een werk van lange adem, en precies daarom hebben we met onze publicaties geprobeerd om het pad in die richting mee uit te tekenen.
Jullie laatste publicatie richt zich op baby’s en peuters met 40 natuuractiviteiten. Welke activiteit is volgens jullie het belangrijkst of het leukst om te doen met hen?
Dat is een moeilijke vraag, want elke activiteit heeft zijn eigen waarde. Uit persoonlijke ervaring met ons kleinkind merkten we wel dat het ‘Kleurenspel’ goed werkte. Daarbij moeten kinderen kleuren zoeken in de natuur.
De activiteiten hebben we natuurlijk niet zelf zomaar verzonnen. De concrete uitwerking gebeurde in nauwe samenwerking met co-auteurs, zoals Katrien Van der Stappen, die de oefeningen ook effectief testte met kinderen in een kinderopvang. Daar vielen de activiteiten ‘Modderkeuken’ en ‘verven met water’ in de smaak.

Werken jullie voor alle publicaties met co-auteurs?
Voor de meeste publicaties doen we dat inderdaad. Wij proberen altijd professionelen uit het veld te betrekken. Dat kunnen tuin- en landschapsarchitecten of ergotherapeuten zijn. Wij zorgen dan voor de tuintherapeutische invalshoek, de inhoudelijke omkadering en achtergrond.
Hebben jullie plannen om nieuwe boeken te publiceren? Zijn er nog zaken die jullie zeker willen onder de aandacht brengen?
Nieuwe publicaties ontstaan meestal vraaggestuurd. We vertrekken vanuit signalen uit de zorg- en sociale sector en bekijken vervolgens of er voldoende draagvlak en relevantie is.
Daarnaast speelt ook de haalbaarheid en rendabiliteit een rol. Sommige thema’s, zoals tuintherapie in gevangenissen, zijn inhoudelijk sterk uitgewerkt, maar minder evident om als publicatie in de markt te zetten.
Er zijn wel nog verschillende ideeën, zoals toepassingen binnen palliatieve zorg of psychiatrie. Die projecten vragen echter tijd, omdat ze vaak vertrekken vanuit praktijkervaring en pilootprojecten.
Al jullie boeken werden uitgegeven bij Politeia.
Hoe verloopt de samenwerking en waarin ligt voor jullie de meerwaarde?
Die samenwerking ervaren wij zeer positief. Het redactionele proces verloopt vlot en constructief, en we waarderen de ondersteuning.
De meerwaarde ligt vooral in de professionele begeleiding en de mogelijkheid om onze expertise toegankelijk te maken voor een breder publiek.
